Sparen en belasting: een gevoelig onderwerp
Veel Nederlanders vinden het onrechtvaardig dat ze belasting betalen over hun spaargeld. Ze hebben al belasting betaald over het inkomen waarmee ze het geld verdienden, en nu moeten ze nogmaals betalen omdat ze het niet hebben uitgegeven? Dat sentiment is begrijpelijk, en het was precies dit gevoel dat leidde tot het Kerstarrest van de Hoge Raad in 2021.
Sindsdien is de box 3-heffing aangepast. Spaargeld wordt nu gunstiger belast dan beleggingen, omdat het forfaitaire rendement voor banktegoeden veel lager is. Maar belasting betalen over spaargeld doet u nog steeds — als u boven de vrijstelling zit.
Het heffingsvrije vermogen
Niet over al uw vermogen betaalt u box 3-belasting. Elke persoon heeft een heffingsvrij vermogen van circa €57.684 (2026). Fiscale partners — gehuwden of geregistreerd partners — hebben samen een vrijstelling van circa €115.368. Pas boven dit bedrag begint de Belastingdienst mee te tellen.
Het heffingsvrije vermogen geldt voor uw totale box 3-vermogen: spaargeld, beleggingen, tweede woning en overige bezittingen, minus schulden boven de drempel van circa €3.700. Heeft u €60.000 spaargeld en geen andere bezittingen? Dan betaalt u alleen box 3-belasting over €60.000 - €57.684 = €2.316.
Hoe wordt spaargeld belast?
In het huidige overgangsstelsel (na het Kerstarrest) wordt onderscheid gemaakt tussen banktegoeden en beleggingen. Spaargeld valt onder banktegoeden en krijgt een laag forfaitair rendement: circa 1,03% (vastgesteld op basis van de werkelijke gemiddelde spaarrente). Over dat forfaitaire rendement betaalt u 36% belasting.
De berekening: spaargeld boven de vrijstelling × forfaitair rendement × 36%. Bij €100.000 spaargeld boven de vrijstelling: €100.000 × 1,03% × 36% = €371 per jaar. Dat is €31 per maand. Niet niets, maar ook niet dramatisch.
Vergelijk dat met de belasting op beleggingen: €100.000 boven de vrijstelling × 6,04% × 36% = €2.174 per jaar. Het verschil is enorm, en het is de reden waarom het onderscheid tussen spaargeld en beleggingen zo belangrijk is geworden na het Kerstarrest.
Wanneer is de belasting hoger dan de rente?
Dit is de vraag die veel spaarders bezighoudt. Als de spaarrente lager is dan de effectieve belastingdruk, verliest u geld door te sparen. Laten we het uitrekenen.
De effectieve belasting over spaargeld boven de vrijstelling is circa 1,03% × 36% = 0,37%. Als uw bank meer dan 0,37% spaarrente biedt, ontvangt u netto meer rente dan u aan belasting betaalt. Bij de huidige spaarrentes van 1,5% tot 2,5% is dat ruimschoots het geval. U maakt dus netto rendement op uw spaargeld, zelfs na belasting.
Dat was niet altijd zo. In de jaren dat de spaarrente bijna 0% was en het forfaitaire rendement veel hoger (4% in het oude systeem), betaalden spaarders meer belasting dan ze aan rente ontvingen. Dat was de kern van het Kerstarrest: het fictieve rendement stond te ver af van de werkelijkheid.
Spaargeld versus beleggingen in box 3
Het verschil in forfaitair rendement maakt het fiscaal aantrekkelijk om spaargeld als spaargeld te houden en niet in beleggingen om te zetten — althans vanuit box 3-perspectief. Maar dat is slechts één kant van het verhaal. Beleggingen bieden potentieel een hoger werkelijk rendement dan spaargeld. Op lange termijn presteren aandelen historisch gezien beter dan spaarrekeningen, zelfs na aftrek van de hogere box 3-belasting.
De keuze tussen sparen en beleggen moet dus niet alleen op fiscale gronden worden gemaakt. Uw risicoprofiel, beleggingshorizon en financiële doelen zijn minstens zo belangrijk. Het Nibud adviseert om eerst een financiële buffer op te bouwen (drie tot zes maanden vaste lasten op een spaarrekening) voordat u gaat beleggen.
Tips om box 3-belasting over spaargeld te verlagen
Groene beleggingen — Er bestond een vrijstelling voor groene beleggingen in box 3, maar controleer of deze nog geldt en voor welk bedrag. Groene fondsen en groene spaarrekeningen kwalificeren, mits ze zijn aangewezen door de overheid.
Schulden aflossen — Box 3-schulden boven de drempel verlagen uw belastbaar vermogen. Heeft u een persoonlijke lening of doorlopend krediet? Het aflossen daarvan verlaagt uw box 3-grondslag en bespaart u zowel rente als belasting.
Pensioensparen — Geld dat u inlegt in een pensioen- of lijfrenteproduct valt niet in box 3. Bovendien is de inleg vaak aftrekbaar in box 1. Dubbel voordeel dus, al is het geld wel geblokkeerd tot uw pensioenleeftijd.
Schenken — Door vermogen weg te schenken aan kinderen of kleinkinderen verlaagt u uw box 3-vermogen. De schenkingsvrijstellingen maken dit tot op zekere hoogte belastingvrij mogelijk. Gebruik de jaarlijkse vrijstelling consequent om uw vermogen geleidelijk te verlagen.
Aangifte doen
Uw spaargeld geeft u op in de aangifte inkomstenbelasting onder box 3, bij 'banktegoeden'. Vermeld het saldo op 1 januari van het belastingjaar. De Belastingdienst ontvangt de gegevens ook rechtstreeks van de banken (renseignering), maar het is uw verantwoordelijkheid om de juiste bedragen op te geven.
Buitenlandse bankrekeningen moet u ook opgeven. Heeft u een spaarrekening bij een buitenlandse bank — bijvoorbeeld voor een hogere rente — dan telt het saldo gewoon mee voor box 3. Vergeet ook betaal- en depositorekeningen niet: alle banktegoeden tellen mee, niet alleen de spaarrekening.
Toekomst: belasting op werkelijk rendement
Het kabinet werkt aan een nieuw box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement. Voor spaarders zou dit goed nieuws zijn: u betaalt dan belasting over de rente die u daadwerkelijk ontvangt, niet over een forfaitair bedrag. Als uw bank 1,5% rente biedt, betaalt u 36% over die 1,5% — en niet meer. De invoering is nog niet definitief, maar wordt verwacht in 2027 of 2028.