Box 3 belasting 2026: de actuele situatie
Box 3 — de belasting op spaargeld en beleggingen — is al jaren in beweging. Het Kerstarrest van december 2021 oordeelde dat de fictieve rendementsberekening in strijd was met het eigendomsrecht. De overgang naar een stelsel op basis van werkelijk rendement is meermaals vertraagd. Wat geldt er nu in 2026?
| Categorie | Fictief rendement 2026 | Belastingtarief |
|---|---|---|
| Banktegoeden (spaargeld) | 1,44 % (op basis van gemiddelde spaarrente 2025) | 36 % |
| Overige bezittingen (beleggingen, VvE) | 5,88 % | 36 % |
| Schulden | 2,47 % (aftrekbaar) | — |
| Heffingvrij vermogen per persoon | 57.000 € | 0 % |
Hoe bereken je je box 3 belasting in 2026?
Voorbeeld: je hebt 150.000 € op een spaarrekening en geen schulden. Je bent alleenstaand.
Stap 1: Heffingvrij vermogen aftrekken: 150.000 − 57.000 = 93.000 € grondslag.
Stap 2: Fictief rendement berekenen op banktegoeden: 93.000 × 1,44 % = 1.339 € fictief inkomen.
Stap 3: Belasting berekenen: 1.339 × 36 % = 482 € box 3 belasting.
Bij beleggingen (overige bezittingen) is het fictieve rendement 5,88 % — aanzienlijk hoger. Bij 100.000 € beleggingen (na heffingvrij) zou het fictieve inkomen 5.880 € zijn, resulterend in 2.117 € belasting.
Wat verandert er richting het werkelijk rendement stelsel?
De overheid heeft de invoering van het werkelijk rendement stelsel opnieuw uitgesteld — nu naar 2027 (was eerder 2026). Het nieuwe systeem belast het daadwerkelijke rendement: werkelijk ontvangen rente, dividenden, huurinkomsten, én ongerealiseerde koerswinsten (box 3 kent vermogensaanwasbelasting, geen vermogenswinstbelasting).
Voor spaargeld is dit doorgaans voordelig: in een lagerenteomgeving betaal je minder dan op basis van het fictieve rendement. Voor beleggingen is het effect afhankelijk van het werkelijke rendement dat jaar — in goede beursjaren kan het ongunstig uitpakken.
Bezwaar maken: nog steeds zinvol in 2026?
Na het Kerstarrest en het collectieve bezwaar van de Belastingdienst is de rechtsherstelprocedure grotendeels afgerond. Voor aanslagen van 2017–2022 is rechtsherstel geboden. Voor 2023 en later geldt het overbruggingsstelsel (categoriaal systeem) dat beschreven is in de tabel hierboven.
Individueel bezwaar is nog relevant als je kunt aantonen dat je werkelijk rendement lager was dan het fictieve rendement. Dit is met name het geval voor spaarders die in jaren met lage rente belast werden op basis van hogere fictieve rendementen. Documenteer je werkelijke rendement en dien een bezwaar in.
Meer over belasting optimaliseren vind je in ons artikel over box 3 optimaliseren voor spaarders en beleggers en de uitleg over alle heffingskortingen 2026.
Veelgestelde vragen over box 3 2026
Hoeveel is het heffingvrij vermogen in box 3 in 2026?
Het heffingvrij vermogen in box 3 is in 2026 57.000 € per persoon. Voor fiscale partners samen is dat 114.000 €. Over vermogen onder dit bedrag betaal je geen box 3 belasting.
Wanneer gaat het werkelijk rendement stelsel in voor box 3?
De invoering is opnieuw uitgesteld. De meest recente planning is 2027. Tot die tijd geldt een overbruggingsstelsel waarbij spaargeld belast wordt op basis van werkelijke spaarrente en beleggingen op een fictief rendement van 5,88 %.
Wat is het box 3 tarief in 2026?
Het belastingtarief in box 3 is in 2026 36 %. Dit tarief wordt toegepast op het fictieve inkomen (berekend op basis van de fictieve rendementen per vermogenscategorie), niet op het totale vermogen.