Nederland als doorstroomland
Nederland wordt internationaal vaak bestempeld als belastingparadijs of doorstroomland. De reden: multinationals gebruiken Nederlandse BV's om winsten door te sluizen naar laagbelastende landen, dankzij het uitgebreide netwerk van belastingverdragen (meer dan 90 landen), de deelnemingsvrijstelling (geen belasting over ontvangen dividenden), en de mogelijkheid om gunstige belastingafspraken (rulings) te maken met de Belastingdienst.
Hoeveel geld stroomt er door Nederland?
Naar schatting stroomde in 2020 circa €4.000 miljard per jaar door Nederlandse brievenbusmaatschappijen. Dat is meer dan het totale BBP van Nederland (circa €800 miljard). Deze doorstroomvennootschappen hebben vaak geen werknemers, geen kantoor en geen echte economische activiteit. Ze bestaan puur om fiscale redenen. De belastinginkomsten voor Nederland zijn beperkt — het gaat om de verdragstoegang en de deelnemingsvrijstelling.
Recente hervormingen
Onder internationale druk heeft Nederland maatregelen genomen: een bronbelasting op rente en royalty's naar laagbelastende landen (per 2021), strengere substance-eisen voor doorstroomvennootschappen (personeel, kantoor, besluitvorming in Nederland), beperking van de innovatiebox (effectief tarief van 9% op kwalificerende winsten), en meer transparantie bij rulings (vooraf gemaakte afspraken worden gedeeld met andere belastingdiensten). Het effect is merkbaar: het aantal brievenbusmaatschappijen daalt.
Wat betekent dit voor u als particulier?
Voor gewone Nederlanders is het 'belastingparadijs' niet direct relevant. U betaalt reguliere inkomstenbelasting en profiteert niet van de doorstroomfaciliteiten. Wél kunt u profiteren van het verdragennetwerk als u buitenlands inkomen heeft (voorkoming dubbele belasting). En het gunstige box 3-stelsel voor groene beleggingen is een kleine echo van het fiscaal vriendelijke klimaat. Maar voor de gemiddelde belastingplichtige is Nederland eerder een hoogbelastend land dan een paradijs.
De toekomst: internationale minimumbelasting
De OESO Pillar Two-richtlijn (effectief minimumtarief van 15% voor multinationals met meer dan €750 miljoen omzet) is per 2024 ingevoerd. Dit beperkt de mogelijkheid om winsten te verschuiven naar laagbelastende landen. Nederland heeft de richtlijn geïmplementeerd via de Wet minimumbelasting 2024. Het effect op de Nederlandse economie is beperkt — de meeste Nederlandse bedrijven betalen al meer dan 15% — maar het verkleint de aantrekkelijkheid van Nederland als doorstroomland.