Box 3 Belasting Berekenen: Vermogensbelasting in 2026

Box 3 vermogensbelasting berekenen

Box 3 — de vermogensrendementsheffing — is al jaren een van de meest bediscussieerde onderdelen van ons belastingstelsel. Na het Kerstarrest van de Hoge Raad in 2021 is het systeem ingrijpend veranderd. Maar hoe werkt het nu precies in 2026, en hoeveel betaal je eigenlijk?

Het nieuwe box 3-stelsel uitgelegd

Het oude systeem ging uit van een fictief rendement dat voor iedereen gelijk was — ongeacht of je spaarde of belegde. De Hoge Raad vond dat oneerlijk. Sinds 2023 wordt er onderscheid gemaakt tussen drie vermogenscategorieën, elk met een eigen forfaitair rendementspercentage:

CategorieForfaitair rendement 2026
Spaargeld (banktegoeden)~1,03%
Overige bezittingen (beleggingen, vastgoed, crypto)~6,04%
Schulden~2,47%

Het belastingtarief over het berekende rendement is 36% in 2026. Dat klinkt hoog, maar bedenk dat het niet over je werkelijke rendement gaat — het is een schatting. Heb je meer rendement behaald? Dan betaal je relatief weinig. Heb je minder behaald? Pech, je betaalt toch.

Heffingsvrij vermogen

Niet je volledige vermogen wordt belast. Er geldt een heffingsvrij vermogen van circa €57.000 per persoon. Met een fiscaal partner wordt dat verdubbeld naar €114.000. Pas daarboven ga je belasting betalen.

Dat betekent dat een gezin met twee partners en €100.000 op de spaarrekening helemaal geen box 3-belasting betaalt. Zelfs met €150.000 betaal je alleen over de bovenste €36.000.

Berekening stap voor stap

Stap 1: Vermogen op peildatum vaststellen

De peildatum is 1 januari van het belastingjaar. Tel al je bezittingen op: bankrekeningen, beleggingsrekeningen, cryptovaluta, een tweede woning, vorderingen op derden, en overige bezittingen.

Stap 2: Schulden aftrekken

Trek je schulden af, maar alleen het deel boven de drempel van €3.700 per persoon. Hypotheekschulden voor je eigen woning tellen niet mee (die zitten in box 1).

Stap 3: Heffingsvrij vermogen aftrekken

Trek €57.000 (of €114.000 met partner) af van je nettovermogen.

Stap 4: Rendement berekenen per categorie

Vermenigvuldig elke categorie met het bijbehorende forfaitaire rendement.

Stap 5: Belasting berekenen

Over het totale forfaitaire rendement betaal je 36% belasting.

Rekenvoorbeeld

Jan is alleenstaand en heeft op 1 januari 2026:

  • Spaarrekening: €80.000
  • Beleggingen: €120.000
  • Schuld (persoonlijke lening): €15.000

Berekening:

  • Totaal bezittingen: €200.000
  • Schulden boven drempel: €15.000 - €3.700 = €11.300
  • Netto vermogen: €200.000 - €11.300 = €188.700
  • Na heffingsvrij: €188.700 - €57.000 = €131.700

Nu het rendement per categorie (verhoudingsgewijs verdeeld):

  • Spaardeel: €80.000/€200.000 × €131.700 = €52.680 → rendement: €52.680 × 1,03% = €543
  • Beleggingsdeel: €120.000/€200.000 × €131.700 = €79.020 → rendement: €79.020 × 6,04% = €4.773
  • Schuldenaftrek: €11.300 × 2,47% = -€279
  • Totaal rendement: €543 + €4.773 - €279 = €5.037
  • Belasting: €5.037 × 36% = €1.813

Veelvoorkomende valkuilen

De peildatum is cruciaal. Als je op 31 december €200.000 op je rekening hebt staan en op 2 januari €50.000 overmaakt naar je zakelijke rekening, maakt dat niet uit — de peildatum is 1 januari en dan stond het er. Sommige mensen proberen hun vermogen voor de peildatum te verlagen, maar de Belastingdienst kent die trucjes.

Vergeet ook je buitenlandse rekeningen niet. Een spaarrekening bij een buitenlandse bank telt gewoon mee. Niet opgeven is riskant — banken wisselen tegenwoordig automatisch informatie uit via CRS.

Bezwaar maken tegen box 3

Er lopen nog steeds rechtszaken over de box 3-heffing. Als je werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement, kun je bezwaar maken. Sinds het Kerstarrest heeft de Belastingdienst een rechtsherstelprocedure ingevoerd, maar die geldt niet automatisch voor iedereen.

Mijn inschatting: als je hoofdzakelijk spaart en weinig rendement maakt, loont het bijna altijd om bezwaar te maken. De kosten zijn nihil (je kunt het zelf doen) en het potentiële voordeel is substantieel.

Box 3 optimaliseren

Er zijn legale manieren om je box 3-heffing te verlagen:

  1. Groene beleggingen — er geldt een extra vrijstelling van circa €65.000 per persoon voor groene beleggingen
  2. Schenken — vermogen overdragen aan kinderen vermindert je eigen vermogen (let op schenkbelasting)
  3. Schulden strategisch inzetten — een lening aangaan vlak voor de peildatum om bezittingen te financieren
  4. BV oprichten — bij grotere vermogens kan beleggen via een BV fiscaal voordeliger zijn. Lees meer over BV oprichten en belastingvoordeel

FAQ

Valt mijn auto in box 3?

Nee, persoonlijke bezittingen zoals je auto, inboedel en sieraden vallen niet in box 3. Alleen financiële bezittingen en onroerend goed (behalve je eigen woning).

Telt mijn pensioen mee?

Nee, opgebouwd pensioen bij een pensioenfonds of verzekeraar valt niet in box 3. Dat wordt pas belast in box 1 als je het uitbetaald krijgt.

Ik heb verlies gemaakt op mijn beleggingen — betaal ik toch box 3?

Helaas wel, op basis van het forfaitaire rendement. Je kunt bezwaar maken en verwijzen naar je werkelijke rendement, maar succes is niet gegarandeerd.

Handige online rekenmachines